Antwoord op vragen van de leden Weverling, Remco Dijkstra en Yesilgöz-Zegerius over het bericht in de Telegraaf “kleine visser zit klem”

Antwoord van Minister

Geachte Voorzitter,
 
Op 18 april hebben de leden Weverling, Remco Dijkstra en Yesilgöz-Zegerius
(allen VVD) een aantal vragen gesteld over het bericht in de Telegraaf
“kleine visser zit klem”. Dit bericht heeft betrekking op de mogelijkheden
voor kleine vissers om in windparken te vissen. In deze brief treft u mijn
reactie op uw vragen, dit mede namens de ministers van Infrastructuur en
Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
 
Carola Schouten
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
 
1
Kent u het bericht “Kleine visser zit klem”?
 
Antwoord
Ja.
 
2
Deelt u de mening dat bij de aanleg van windmolenparken rekening gehouden
moet worden met de belangen van de verschillende gebruikers van de
Noordzee, waaronder vissers? Zo nee, waarom niet?
 
Antwoord
De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK),
Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en
ik hebben elk een eigen verantwoordelijkheid voor delen van het
Noordzeebeleid. Onze gezamenlijke inzet is om bij de voorbereiding en
aanleg van windparken rekening te houden met alle relevante belangen, zo
ook die van de visserij.
 
3
Kunt u een verslag van het gesprek dat kleine kustvissers en binnenvissers
met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben gehad
aan de Kamer doen toekomen?
 
Antwoord
Van het gesprek waarnaar wordt verwezen is geen verslag gemaakt.
 
4
Kunt u aangeven wanneer windparken worden opengesteld voor kleinere vissers
(met boten tot 24 meter), conform de motie Geurts/Weverling over de
doorvaart van vissersschepen?
 
Antwoord
Operationele windparken zijn met ingang van 1 mei 2018 onder voorwaarden
opengesteld voor doorvaart door schepen tot 24 meter. De minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft, als
beleidsverantwoordelijke voor doorvaart en medegebruik van windparken, de
Kamer hierover op 14 maart 2018 geïnformeerd (Kamerstuk 29 675, nr. 190).
Hiermee is invulling gegeven aan de motie. Op dit moment betreft dit de
drie bestaande windparken voor de Hollandse kust. Het beleid zal in 2020
worden geëvalueerd waarna mogelijk bijstelling kan plaatsvinden. Overigens
staat het onderwerp doorvaart en medegebruik van windparken ook op de
agenda van het Noordzeeoverleg. Het kabinet komt hierop terug nadat er
afspraken zijn gemaakt in het Noordzeeoverleg.
 
5
Klopt het dat vissers forse boetes riskeren indien ze een windmolen te
dicht naderen? Zo ja, wat is de specifieke reden dat hiervoor boetes kunnen
worden opgelegd, hoe hoog zijn deze boetes en wie beslist of deze boetes
worden opgelegd?
 
Antwoord
Doorvaart van windparken is toegestaan onder voorwaarden. Deze voorwaarden
zijn vastgelegd om de scheepvaartveiligheid te borgen en schade aan het
windpark te voorkomen. Naast de voorwaarde dat schepen niet langer mogen
zijn dan 24 meter geldt onder meer de voorwaarde dat schepen de
veiligheidszone van 50 meter rond elke turbine en de veiligheidszone van
500 meter rond platforms in de parken niet mogen binnenvaren. Op de
besluiten waarin dit is vastgelegd heeft openbare inspraak plaatsgevonden
en de voorwaarden zijn via diverse kanalen gecommuniceerd. De Kustwacht
houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en kan proces-verbaal
opmaken als de voorwaarden worden overtreden. Het Openbaar Ministerie
beslist over het opleggen van boetes en de hoogte daarvan. Dit is
afhankelijk van de aard van de overtreding.
 
6
Kunt u een toelichting geven op de werkzaamheden van het Overlegorgaan
Fysieke Leefomgeving in de afgelopen tijd? Zo nee, waarom niet?
 
Antwoord
Het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) heeft geadviseerd om een
beperkte tijd te nemen om tot een Noordzee akkoord te komen. De minister
van IenW heeft mede namens de ministers van LNV, EZK en BZK, het
Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) verzocht om onder voorzitterschap
van de heer Wallage medio 2019 met stakeholders (o.a. de visserijsector) en
Rijk tot een Noordzeeakkoord te komen. Ten behoeve van dit Akkoord is een
Noordzeeoverleg ingericht. De voortgang van dit Noordzeeoverleg wordt door
het secretariaat van het OFL ondersteund. Over de inhoudelijke voortgang
zal uw Kamer in de aanloop naar het AO Water van 20 juni 2019 worden
geïnformeerd. 
 
7
Herkent u het beeld dat het proces rondom het ontwikkelen van een
toekomstperspectief voor de Noordzee te lang duurt, zoals in het artikel
wordt gesuggereerd? Zo nee, waarom niet?
 
Antwoord
Op de Noordzee gaan ingrijpende veranderingen plaatsvinden als gevolg van
o.a. de energietransitie. De Noordzee kent belangrijke natuurwaarden en er
zijn veel stakeholders actief. Het ontwikkelen van een toekomstperspectief
is complex en vergt een zorgvuldig proces. Een dergelijk proces heeft tijd
nodig: het in februari ingerichte Noordzeeoverleg heeft meegekregen om in
het tijdsbestek van een half jaar naar een Noordzeeakkoord toe te werken.
 
8
Op welke manieren wordt rekening gehouden met de verschillende functies van
de Noordzee bij de totstandkoming van nieuw beleid en kunt u aangeven hoe
de verschillende belangengroepen (waaronder de vissers) bij de
totstandkoming van dit nieuwe beleid betrokken worden? Zo nee, waarom niet?
 
Antwoord
Op grond van het verzoek van de ministers van IenW, LNV, BZK en EZK staat
in het lopende proces het spanningsveld tussen windenergie, natuur, en
visserij centraal. Het Noordzeeoverleg is een overleg van de stakeholders
met de overheid. Hierbij wordt ook rekening gehouden met belangen zoals
scheepvaart, zandwinning, en olie- en gaswinning. Aanvullend hierop is aan
deze en andere belanghebbenden de mogelijkheid geboden om via een digitale
consultatie inbreng te leveren, en om vervolgens op 8 mei in gesprek te
gaan met de deelnemers aan het overleg. De reguliere Plan MER-procedure in
het kader van het op te stellen Programma Noordzee 2022-2027 die vanaf dit
najaar nog zal volgen staat open voor iedereen die inzichten in wil
brengen.
 
8
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motie-
Weverling c.s. waarin wordt gevraagd om met de kottersector een
toekomstperspectief uit te werken voor de visserij op de Noordzee?
 
Antwoord
In mijn brief van 18 april 2019 over de besluitvorming in de Europese Unie
over de nieuwe verordening technische maatregelen en de gevolgen voor de
pulsvisserij (Kamerstuk 32 201, nr. 110) heb ik aangegeven dat ik samen met
de kottersector werk aan een toekomstperspectief. Ook de NGO’s zijn
betrokken. In de eerste fase wordt met name aandacht gegeven aan de feiten
en cijfers wat wil zeggen dat ik de verschillende ontwikkelingen die op de
kottervisserij afkomt in kaart wil brengen, juist ook hun gezamenlijk
effect. Het proces zal voortbouwen op in het kader van het Noordzeeoverleg
gemaakte afspraken. Ik verwacht tenminste tot het einde van het jaar nodig
te hebben om te komen tot een breed gedragen visie.


 
Datum: 4 juni 2019
 
Nr: 2019D22917
 
Indiener: C.J. Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
 
Bron:    tweedekamer.nl

Posted Jun 4, 2019, 3:16 PM UTC

10
Loading comments…